Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Een ‘dyslexie epidemie’ of een onderliggend visueel probleem?


Dyslexie
Lezen is een cruciale vaardigheid, die wij veel gebruiken in het dagelijks leven. Voor ongeveer 5-10% van de kinderen is leren lezen helaas helemaal niet zo makkelijk. Ze worden beïnvloed door een neurologische aandoening genaamd dyslexie.

Dyslexie is inmiddels geen onbekend begrip meer. Integendeel zelfs. Een dyslexie-epidemie heerst - in elk geval op papier, zo schreef de Volkskrant, naar aanleiding van onderzoek gedaan door het ministerie van Onderwijs.

De belangrijkste factoren voor deze toename zijn o.a. dat er in Nederland veel wordt gedaan om dyslexie op te sporen. Daarnaast weten scholieren en hun ouders ook steeds beter de weg naar een dyslexieverklaring te vinden. Dyslexie wordt niet langer als iets gezien waar je je voor moet schamen. Veel mensen zijn dan ook blij als de uitslag een oorzaak geeft voor de problemen die worden ervaren.

Een derde reden voor het toenemend aantal dyslectici is dat het etiket soms te gretig wordt uitgedeeld. Het ministerie van onderwijs denkt dat er een groep leerlingen is die geen dyslexie heeft, maar simpelweg een achterstand heeft met lezen en spelling, die met de juiste hulp ingelopen kan worden.

 

Dat laatste, daar wil ik graag op inhaken in dit blog. Vaak krijgen kinderen, die een achterstand hebben wat betreft lezen en spelling, te horen dat zij meer kilometers moeten maken. Maar soms is kilometers maken niet voor iedereen de oplossing en is het des te frustrerender voor een kind, als hij of zij ook na veel oefenen maar geen vooruitgang boekt. Een kind verliest zijn zin om te lezen, vindt lezen stom, leest minder en belandt daardoor juist in een vicieuze cirkel.

Wat is een visuele disfunctie?

Een ouder of leerkracht houdt meestal geen rekening met het verband tussen lees-, spelling-, en concentratieproblemen en visuele problemen. Vaak zijn de ogen al eerder getest op gezichtsscherpte voor de verte en is er gekeken of de ogen gezond zijn. Beiden heel belangrijk, maar wat net zo belangrijk is, is of ogen ook goed kunnen richten, volgen en samenwerken.

Kijken doe je met je ogen, maar zien doe we met onze hersenen. We vangen de hele dag door allerlei signalen op met onze ogen. Deze signalen worden doorgegeven aan de hersenen en daar omgezet tot beelden. Wat je ogen zien, verwerken en interpreteren je hersenen. Als er in dit proces iets niet goed verloopt noemen we dat een visuele disfunctie. Zo moeten de hersenen bijvoorbeeld de signalen van 2 verschillende ogen en dus 2 verschillende invalshoeken kunnen laten samensmelten tot 1 mooi beeld. Lukt dit niet, dan kost het ontcijferen van cijfers en letters ontzettend veel moeite. Deze lopen door elkaar heen, dansen op het papier of worden dubbel gezien. Deze visuele disfunctie wordt ook wel fixatie disparatie genoemd en wordt vaak verward met dyslexie, omdat de signalen overlappen. Problemen met de ogen kunnen het leerproces behoorlijk belemmeren. Lees- spelling-, reken- en concentratieproblemen kunnen zo ontstaan. Veel kinderen met een volledige gezichtsscherpte kunnen toch een visuele disfunctie hebben.

Onderzoek

Verschillende onderzoeken laten een verband zien tussen kinderen met leerproblemen en kinderen met een visuele disfunctie. Bioloog Robert Marquet en psycholoog Dirk Smits van Ehsal lieten op drie Vlaamse scholen vijfhonderd leerlingen zestien visuele testen afleggen. Uit dit onderzoek (2011) kwam naar voren dat leerlingen met leerproblemen significant meer visuele stoornissen hebben dan leerlingen zonder leerproblemen. Zij verwerken visuele informatie minder efficiënt dan kinderen zonder leerproblemen. Visuele problemen kunnen leerproblemen mee doen ontstaan of versterken, net zoals gehoorproblemen of een lager iq dat kunnen.


Signalen visueel probleem en wat nu te doen?

In tegenstelling tot dyslexie is een visueel probleem, als fixatie disparatie, wel te verbeteren en op te lossen. Wie problemen heeft bij het zien, heeft niet altijd een bril nodig. In de functionele optometrie gaat men ervan uit dat zien een aangeleerd proces is, en dat bepaalde zichtproblemen kunnen ontstaan door verkeerde gewoonten of factoren uit de omgeving. Visuele training kan die problemen verminderen en of zelfs helemaal laten verdwijnen.


Wat zijn de signalen van een visuele disfunctie. Waar kun je als ouder of leerkracht op letten?

Visuele problemen vallen het sterkst op tijdens lezen, maar je kunt onderstaande signalen algemeen betrekken op al het dichtbijwerk (tekenen, schrijven etc.).


- Zit heel dicht met zijn neus op het werk (slechts 10 à 20 cm afstand)

- Wijst bij met vinger/leeskaart/leesliniaal o.i.d.

- houdt bij het lezen het hoofd opvallend schuin of gedraaid, of legt het boek of het schrift heel schuin

- beweegt mee met het hoofd tijdens het lezen

- bedekt één oog tijdens het lezen

- neemt een slechte werkhouding aan tijdens dichtbijwerk

- is opvallend moe na een langere tijd dichtbijwerk of na een schooldag

- ziet soms of voortdurend wazig of dubbel tijdens dichtbijwerk

- herleest woorden of regels of slaat ze over zonder er erg in te hebben

- slaat geregeld kleine woordjes over

- Vindt scherpstellen lastig als wordt overgeschakeld van veraf  (schoolbord) naar dichtbij (schrift) of omgekeerd.

- kan moeilijk op de schrijflijn blijven en laat onregelmatige afstand tussen woorden over

- heeft hoofdpijn of buikpijn na dichtbijwerk

- krijgt branderige, prikkende of rode ogen van dichtbijwerk

- wrijft in de ogen of knippert veel tijdens dichtbijwerk

- Heeft moeite met begrijpende lezen of kan niet navertellen wat hij/zij heeft gelezen

- Leest traag of vertraagd zijn leestempo

- Maakt toenemend aantal foutjes tijdens het lezen

- Heeft een hekel aan lezen

Het is de moeite waard om, door middel van een visuele screening, problemen met de ogen vast te stellen, dan wel uit te sluiten. 


Reactie schrijven

Commentaren: 0