Hoogbegaafdheid en leerproblemen. Waarom (juist) niet alles vanzelf gaat.


Wat is hoogbegaafdheid? 

Ik heb afgelopen week een mooie lezing bij mogen wonen over hoogbegaafdheid. Ook daar werd nog maar eens duidelijk onderstreept dat er geen eenduidige definitie bestaat van hoogbegaafdheid. Er is nog altijd veel discussie. In Nederland wordt veelal het meerfactorenmodel van Mönks en Renzulli aangehouden. Hierbij kijken we allereerst naar het IQ van het kind, dat moet 130 of meer zijn. Daarnaast moet het kind beschikken over een creatief denkvermogen en een goede motivatie. Mönks voegde hier de omgevingsfactoren gezin, school en ontwikkelingsgelijken aan toe. Pas als de sociale omgeving goed inspeelt op het hoogbegaafde vermogen, komt de hoogbegaafdheid volledig tot uiting. Daarnaast analyseren experts persoonlijkheidskenmerken die bij hoogbegaafde kinderen vaak voorkomen. Zoals perfectionisme, hypergevoeligheid en een kritische instelling. Je begrijpt dat veel factoren ook weer hun invloed kunnen hebben op elkaar en elkaar dus ook negatief kunnen beïnvloeden. Daardoor bestaat er ook niet zoiets als DE hoogbegaafde, maar zijn er verschillende profielen. Een ingewikkeld verhaal al om mee te beginnen dus.

De hersenontwikkeling

Volgens Paul MacLean is het menselijk brein het resultaat van een lange evolutie die honderden miljoenen jaren geleden is begonnen. Hij spreekt van drie breinen, die allemaal bij de mens aanwezig zijn en zich stap voor stap ontwikkelen: het reptielenbrein, het zoogdierenbrein en het menselijk brein.

Het reptielenbrein is het oudste deel van ons brein. Deze is verantwoordelijk voor het automatisch regelen van bepaalde processen in ons lichaam zoals onze ademhaling, bloedsomloop, hartslag en temperatuur. Daarnaast zitten hier ook onze overlevingsinstincten en onze reflexen. Met andere woorden onze meest primitieve levensfuncties die noodzakelijk zijn voor ons eigen voortbestaan en het voortbestaan van de menselijke soort.
Later ontwikkelt het zoogdierenbrein oftewel het limbisch systeem. Dit is het deel van de hersenen dat betrokken is bij emoties, geheugen, motivatie en herinneringen.

Het laatste toegevoegde deel van ons verstand is wat we kennen als onze eigenlijke hersenen. Deze zorgen voor het opdoen van kennis, het leervermogen, het gebruiken van een taal, het analyseren en oplossen van problemen, creativiteit, logisch denken, enz. Ook morele waarden en normen bevinden zich hier. Het feit dat je dit artikel leest en begrijpt, heb je te danken aan je neocortex.

 

Hoogbegaafden hebben zichzelf geleerd vooral te vertrouwen op deze laatste; het mensenbrein. De neocortex is bij hoogbegaafden dan ook groter en heeft een uitgebreider netwerk aan neuronen (Shaw, Rapoport & Giedd 2006). Impulsen worden daardoor razendsnel en op meerdere niveaus tegelijkertijd aangeboden, vergeleken en verwerkt.

 

Hoogbegaafdheid, reflexen en leren

Hoogbegaafde kinderen zijn als baby vaak al heel alert en letten goed op wat er gebeurt in hun omgeving. Zij kunnen na observatie bepaalde gedragingen of bewegingen direct al overnemen en zullen deze daardoor niet meerdere malen herhalen om te automatiseren. Zij gaan daardoor vaak te snel door fases heen, of slaan deze zelfs helemaal over. Een essentieel punt bij het integreren van primaire reflexen.

 

Als we geboren worden hebben we allemaal actieve primaire reflexen. Deze reflexen zijn nodig om te overleven in de eerste levensfase en zijn de basis van een goede motorische, sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Het automatiseren en inoefenen van deze bewegingen is essentieel voor het integreren van deze reflexen en daarmee essentieel voor een goede ontwikkeling en leerrijpheid. Wanneer zij ongeïntegreerd in het lichaam aanwezig blijven, kunnen zij ernstig storen en indirect leiden tot leerproblemen of achterstanden op verschillende gebieden.

 

Alhoewel er niet zoiets bestaat als dé hoogbegaafde is het niet voor niks dat een aantal kenmerken van hoogbegaafdheid overlap vertonen met ongeïntegreerde reflexen. Ook uit onderzoek blijkt dat de reflexen van hoogbegaafden vaak minder goed ontwikkeld zijn (Masgutova & Masgutov, 2015). Labels als dyslexie, dyscalculie, AD(H)D, autisme, een achterstand in de motoriek, maar ook faalangst, onderpresteren, concentratieproblemen, niet stil kunnen zitten, overgevoeligheid(HSP), een negatief zelfbeeld enz. zijn hier voorbeelden van.

(Leer)problemen of achterstanden kunnen lange tijd verborgen blijven, doordat hoogbegaafden hier creatief mee omgaan en vaak kunnen compenseren. Ook kunnen leerproblemen een stoorzender zijn bij het tot stand komen van de diagnose hoogbegaafdheid. Hoogbegaafdheid kan juist ook voorkomen in combinatie met leerproblemen en/of emotionele- en gedragsstoornissen.

 

Wees je ervan bewust dat er een onderliggende oorzaak kan zijn voor de problemen die je (hoogbegaafde) kind ervaart. Reflexen kunnen, ook op latere leeftijd, met behulp van oefeningen alsnog goed integreren.


Reactie schrijven

Commentaren: 0