Visuele screening en training


Kijken doe je met je ogen en zien doe je met je hersenen. De ogen vangen lichtprikkels op om te kijken en seinen deze prikkels door naar de hersenen. Deze visuele informatie moet door de hersenen worden geïnterpreteerd en begrepen. Het kan zijn dat de hersenen de informatie van de 2 ogen verkeerd doorkrijgen en dus niet tot 1 enkel beeld kunnen versmelten, waardoor het zien onduidelijk wordt. Gaat er in het kijken, en daarmee het zien iets fout dan noemen we dat een visuele disfunctie. Kinderen met een volledige gezichtsscherpte kunnen toch een visuele disfunctie hebben. Dit kan het leerproces behoorlijk belemmeren! 

 

Herken je dit?

Veel leerproblemen kunnen hun oorsprong hebben in problemen met de ogen. De meest bekende visuele disfunctie is fixatie disparatie. Dit komt vrij vaak voor. Een deel van de kinderen waarbij een diagnose dyslexie is gesteld (of verdenking van), lijdt aan fixatie disparatie.

Mogelijke klachten zijn: hoofdpijn, vermoeidheidsklachten, moeite met lezen, en concentratieproblemen. Vlak na een periode van rust lukt, bijvoorbeeld schoolwerk, wel maar naarmate de dag vordert wordt dat moeilijker of houdt het helemaal op.

 

Ogen moeten behalve scherp kunnen stellen ook in staat zijn om goed te kunnen

  • Bewegen
  • Volgen
  • Richten
  • Samenwerken

Is dit niet het geval dan kan dit problemen opleveren bij:

 

Lezen

  • Snelheid van lezen
  • Het begrijpen van wat je leest
  • Het overslaan van letters, woorden of regels
  • Het herhalen van woorden en/of zinnen
  • Het teruglopen van het leestempo
  • Een toenemend aantal fouten terwijl je leest

 Spelling

  • Het weglaten van letters bij overschrijven vanaf bord of vanaf tafelblad
  • Het dubbel noteren van letters of woorden bij het overschrijven van het bord of vanaf de tafel
  • Het toevoegen van letters
  • De afname van de concentratie met fouten als gevolg

 Rekenen 

  • Een gebrek aan rekeninzicht
  • Moeite hebben met (na) tekenen van geometrische figuren
  • Het verkeerd overnemen uit het rekenboek of van het bord

Wat kunnen we doen?

In de praktijk kunnen wij, met een zogenaamde bioptor en verschillende visuomotorische testen, een visuele screening uitvoeren. Hierbij wordt gekeken hoe de ogen bewegen, hoe de ogen zich richten en hoe zij kunnen scherpstellen. Deze laatste 2 onderdelen samen bepalen de kwaliteit van de oogsamenwerking. 

 

 Met behulp van eenvoudige oefeningen worden de ogen getraind. Dit gebeurt altijd eerst monoculair (per oog) totdat grote verschillen tussen beide ogen verdwenen zijn op het gebied van bewegen (oogvolgbewegingen) en richten. Dan gaan we over op binoculair (met 2 ogen) trainen.

 

 

Ik zal in sommige gevallen ook doorverwijzen naar een functioneel optometrist / optoloog die tevens ervaring en kennis heeft van oog trainingsmogelijkheden.